Utoya. Beeld: Human-Etisk Forbund/Flickr
Mijn artikelen

Plek voor nieuwe generaties en oude littekens

Uit Trouw 21/08/2018

Zeven jaar later Kan Utoya ooit nog iets anders zijn dan het voormalige jongerenparadijs waar Anders Breivik 69 dodelijke slachtoffers maakte? ‘We laten het eiland het verhaal vertellen van wat zich hier heeft afgespeeld, maar we maken ook plaats voor nieuwe generaties die vechten voor waar zij in geloven.’

Het is een donderdagochtend in augustus als het veer, de MS Thorbjorn, aanmeert bij de kade van Utoya. Het pontje maakt dezer dagen elk uur de oversteek en schippert ladingen jongeren van het vasteland naar het eiland, de locatie van het jaarlijkse zomerkamp van de AUF, de jongerentak van de Noorse arbeiderspartij.

Het is dezelfde over- en weerdienst die in 2011 Anders Behring Breivik naar Utoya vervoerde.

Hoe gaat het met de AUF, zeven jaar na de grootste terreurdaad uit de Noorse geschiedenis? En Utoya, kan het eiland ooit nog iets anders zijn dan het plaats delict van een bloedbad?

De animo voor het zomerkamp is in ieder geval groter dan ooit. Ruim duizend jongeren – de jongste dertien, de oudste midden twintig – reizen deze week in augustus vanuit heel Noorwegen naar het eiland in de Tyrifjord, zo’n 40 kilometer ten noordwesten van Oslo. “Omdat ze politiek geëngageerd zijn”, zegt Stig Harlem-Harris (23), bestuurslid van de AUF en veelvuldig kampbezoeker. “Maar ook om te voetballen, te zwemmen en een leuk meisje te versieren.”

Het eilandje in de Tyrifjord kwam begin jaren vijftig in handen van de AUF en sindsdien komen elke zomer jonge Noren met hun idealisme, hun tentje en hun testosteron naar het kamp getogen.

‘Aanvankelijk dacht ik dat ik nooit meer naar het kamp zou komen’

Utoya heeft generaties aan prominente politici voortgebracht, die hier, op het eiland, de geest vonden van het politieke engagement. Tijdens eilanddebatten over minimumlonen en WAO’s, tijdens toespraken van premiers en ministers, tijdens cursussen speech-schrijven en publiek spreken. Maar een even grote bijdrage aan de alomtegenwoordige opwinding is alles daaromheen: het kamperen en het sporten, de nieuwe vriendschappen, de eerste zomerliefde. Jens Stoltenberg noemde Utoya: het paradijs uit mijn jeugd.

Jonge Noren lijken zich niet te hebben laten afschrikken. De AUF heeft bijna 15.000 actieve leden, 5000 meer dan in 2011. Daarmee is ze de grootste politieke jongerenpartij in Noorwegen. Ze heeft korte lijntjes met haar moederpartij in Oslo: de AUF draagt agendapunten aan, bijvoorbeeld, en debatteert over onderwerpen waar de Arbeiderspartij het intern niet over eens wordt. AUF-voorzitter Mani Youssef is met regelmaat bij de plenaire partijvergadering in Oslo.

Eenmaal aan wal worden de jongeren anno 2018 verwelkomd met een bord: ‘Utoya, din egen oy’ – Utoya, je eigen eiland. Niet een tekst die direct aanspreekt, maar wel iets waar hard voor is geknokt. Laat Utoya weer een eiland zijn van de toekomst, van nieuwe generaties politici en activisten, en niet alleen van overledenen en overlevenden, van herinnering en rouw.

Op het centrale plein is een debat gaande over de hoogte van de kinderbijslag. Onder een rood luifel worden wafels gebakken en burgers geflipt. Een paar jongens delen pro-Palestina-folders uit. Groepjes jongens en meisjes lopen rond met handdoeken over hun schouders.

Het is een proces geweest van vallen en opstaan, vertelt Harlem-Harris. Een dag na de aanslag op 22 juli 2011 zei de toenmalige AUF-leider: volgend jaar komen we terug. Breivik kan ons ons Utoya niet ontnemen.

Veel nabestaanden van de 69 dodelijke slachtoffers op Utoya dachten daar anders over. Het eiland was bedorven. De wonden die het had opgelopen, zouden niet meer helen. Deze tien hectare grond kon dienst doen als monument, waar elk jaar op dezelfde dag de doden zouden worden herinnerd. Maar daar zou de eilandtijd moeten worden stilgezet – op die ene 22ste juli.

Deze tien hectare grond heeft generaties prominente politici voortgebracht

Marta Hofsoy (25) stond die dag aan de afwas in het cafégebouw, het voormalig hart van het kamp, op het moment dat Breivik Utoya bereikte. Breivik had net een autobom tot ontploffing gebracht bij het parlementsgebouw in Oslo en was verkleed als politieagent naar de Tyrifjord gereden. De kapitein van de MS Thorbjorn liet de vermeende agent aan boord. Een veiligheidsmaatregel, of zo werd hem verteld.

Dit centrale gebouw was een van de eerste plekken die Breivik aandeed op zijn moordtoer rond het eiland. Dertien jongeren schoot hij hier dood. Het is de enige plek op Utoya waar de littekens van die dag nog zichtbaar zijn. Het grootste deel van het cafégebouw is gesloopt, maar een kamer is bewust onaangetast gebleven. Het is een laatste relikwie.

De ruimte oogt als een gedateerd clubhuis – een met hout bedekte wand, een pastelkleurig bloemetjesgordijn, een diaprojector, een kamerplant. Achter de piano in de hoek liggen verlepte rozen, kaarsjes en kaarten, een foto van een lachende jongen. De muur erboven is geperforeerd met kogelgaten.

Het restant van het oude gebouw wordt nu omgeven door een nieuw bouwwerk, een monument en educatiecentrum ineen, ontworpen vanuit de gedachte: behoud een deel van het fysieke bewijs, van de pijn, en pak dat in met vooruitgang, met een centrum voor de toekomst.

Hegnehuset, is de naam van het nieuwe gebouw. “Hegne is moeilijk te vertalen”, zegt Harlem-Harris. “Het betekent zoiets als beschermen, niet op een controlerende manier, maar op een manier hoe een ouder zijn kind beschermt. Tegen de buitenwereld en tegen zichzelf.”

Het Hegnehus is een rechthoekig gebouw met grote glazen wanden en een dak dat steunt op 69 houten pilaren; voor elke dode een. Daaromheen staan nog eens 495 smallere pilaren als symbool voor de overlevenden. Als in een omhelzing omringen ze de slachtoffers. Door het jaar heen komen tientallen schoolklassen uit binnen- en buitenland naar het Hegnehus om hier te leren over 22 juli, over extremisme en haat, en waartoe dat kan leiden.

Een paar weken na 22 juli bezochten de overlevenden Utoya, als onderdeel van het verwerkingsproces. Het sporenonderzoek was afgerond, het plaats delict opgeruimd. Maar de braadpan die Hofsoy aan het schrobben was, stond nog aangekoekt en onaangeroerd in de gootsteen.

Bezoekers worden nu verwelkomd met een bord: ‘Je eigen eiland’

“Aanvankelijk dacht ik dat ik nooit meer naar het kamp zou komen”, vertelt Hofsoy. “Ik was onder de indruk van de overlevenden die meteen zeiden: volgend jaar zijn we er gewoon weer.” Maar het zou tot de zomer van 2015 duren voor de AUF weer terug naar Utoya ging. “Sommigen wilden te veel, te snel. In het begin zijn de nabestaanden nauwelijks in de plannen van de herinrichting van Utoya betrokken. Ik denk dat sommige leden eraan hebben moeten wennen dat het eiland niet alleen meer van de jongerenpartij was – het was nu ook van de slachtoffers en hun families.”

Zowel overlevenden als nabestaanden kunnen het hele jaar door op Utoya terecht, mits er tenminste een kapitein is voor de pont. Er zijn nu gastenaccommodaties. En jaarlijks op 22 juli is er een officiële herdenking, die plaatsvindt bij de gedenkplaats Lysningen. “Lysningen is het woord voor een open plek in het bos, daar waar het licht naar binnen valt”, verklaart Harlem-Harris. En dat is waar de gedenkplaats is: op een open vlakte tussen de bomen, met uitzicht over de fjord. Lysningen is een metalen ring, die hangt tussen drie bomen, met daarin de namen en leeftijden van de slachtoffers.

Herinneringen

Het voelt er stil, ondanks het gedempte achtergrondgeluid van een potje voetbal. “Dat is zo bijzonder aan deze plek”, zegt Harlem-Harris. “Ik kan hier nog wel eens emotioneel worden, maar als ik dan ga zitten en ik in de verte gelach en geluiden van het kamp hoor, dan bedenk ik: we laten het eiland het verhaal vertellen van wat zich hier heeft afgespeeld, maar we maken ook plaats voor nieuwe AUF’ers, voor nieuwe generaties die vechten voor waar zij in geloven. Die nieuwe herinneringen maken – vaak goede, soms slechte, maar alleen omdat ze misschien het voetbaltoernooi verliezen of een blauwtje lopen.”

Dit eiland, zegt Hofsoy, is al zo lang in het bezit van de AUF. “Er liggen hier zoveel goede herinneringen. Dat is wat we zeggen: we kunnen de donkere herinneringen niet de lichte doen wegnemen.”